fbpx

Waarom Brandwerend maken?

Enkele regels in verband met brandveiligheid van gebouwen

Meer tijd red levens...

Het Bouwbesluit heeft voor elk gebouw zijn eisen voor veiligheid onderverdeeld in afdelingen over; de sterkte van de constructie, sterkte bij brand, gebruiksveiligheid, sociale veiligheid, en (een groot aantal) eisen over brandveiligheid.

Bij elk soort gebouw maakt het Bouwbesluit onderscheid tussen nieuwbouw, verbouw en bestaande bouw. Normaal gesproken zijn de eisen voor de nieuwbouw het hoogst.

De afdeling ‘brandveiligheid’ bevat eisen voor; vluchtroutes, de bijdrage aan brandvoortplanting door materialen, de rookproductie van materialen en de Indeling van compartimenten.

De afdeling ‘sterkte bij brand’ beschrijft onder andere de (prestatie)eisen voor de brandwerendheid van draagconstructies. Het gaat dan om de ‘brandwerendheid met betrekking tot bezwijken’, in tegenstelling tot de brandwerendheid met betrekking tot scheiden (ofwel weerstand tegen branddoorslag en -overslag (wbdbo)).

De brandwerendheid tegen bezwijken is de tijd die een constructie-onderdeel weerstand kan bieden aan de belasting die er op werkt. Gebruikelijk is om hierbij hitte volgens de standaard brandkromme te beschouwen. De standaard brandkromme beschrijft het verloop van de temperatuur in tijd.

Wat is ''hoofddraagconstructie''?

Tot 2012 werd de term hoofddraagconstructie gehanteerd. Het Bouwbesluit van 2012 gebruikt het woord niet meer, maar omschrijft wanneer de brandwerendheid eis die geldt voor een constructiedeel waarvan het bezwijken leidt tot het instorten van het gebouw of ander brandcompartiment in het gebouw; het zogenoemde ‘kaartenhuis effect’.

Bij brand is de constructeur vaak geneigd vrijwel de gehele constructie tot ‘hoofddraagconstructie’ te rekenen. Bij brand moet echter worden gekeken naar het effect van bezwijken op het niveau van brandcompartimenten. Een brandcompartiment mag bezwijken, zolang andere brandcompartimenten maar overeind blijven. Is dit niet het geval, dan gelden voor de constructie de hogere brandwerendheid eisen.

Dit betekent dat gebouwen met maar één brandcompartiment – bijvoorbeeld vrijstaande woningen, kleine kantoorgebouwen of hallen – géén hoofddraagconstructie hebben en daarmee ook niet aan de hiervoor geldende (hogere) brandwerendheid eisen hoeven te voldoen. Dit geldt ook voor rijtjeswoningen waarvan het bezwijken van één woning beperkt blijft tot die ene woning.

Eisen brandwerendheid 'hoofd'draagconstructies

De eisen voor de brandwerendheid van draagconstructies van utiliteitsgebouwen zijn afhankelijk van gebruiksfunctie en gebouw hoogte.
Voor kantoren en andere ‘niet-slaapgebouwen’ (bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen, scholen en winkels) liggen de eisen lager dan voor ‘slaapgebouwen’ (waaronder hotels, ziekenhuizen en gevangenissen).

Hoe hoger het gebouw, hoe hoger de eisen. De eisen gaan steeds met 30 minuten omhoog bij de 5 en 13 m hoogtegrens. Het gaat hierbij om het hoogteverschil (h) tussen de hoogste vloer van een verblijfsgebied van de beschouwde gebruiksfunctie en het aansluitende terrein, doorgaans het maaiveld.

Bij nieuwbouw met verdieping hoogte van 3,3 à 4,2 m gelden de volgende brandwerendheid eisen voor de ‘hoofd’ draagconstructie:

‘niet-slaapgebouwen’ zoals een kantoor/school/winkel/bedrijfsgebouw

  • Tot 5 meter hoog is er geen eis
  • Tot 13 meter hoog is er een eis van 90 minuten
  • Boven de 13 meter is de eis ook 90 minuten

‘slaapgebouwen’ zoals een ziekenhuis/hotel/gevangenis

  • Tot 5 meter hoog is er een eis van 60 minuten
  • Tot 13 meter hoog is er een eis van 90 minuten
  • Boven de 13 meter is de eis 120 minuten

Brandwerendheid eisen overige draagconstructies

Naast eisen voor de hoofddraagconstructie die verband houden met het bezwijken buiten het brandcompartiment, kunnen er ook eisen gelden voor de draagconstructie in algemene zin. Er kunnen eisen worden gesteld voor het instandhouden van een beschermde vluchtroute (bij een brand in een ander (sub)brandcompartiment) of voor weerstand tegen branddoorslag en brand overslag (wbdbo). Constructiedelen die hierbij een functie vervullen, moeten doorgaans 30 minuten brandwerend zijn. In twee van deze gevallen moeten de constructiedelen 60 minuten brandwerend zijn:

  • als ze een functie vervullen bij een brandscheiding in een gebouw met drie of meer bouwlagen (de hoogste verdieping op meer dan 5 m);
  • als ze het veiligheids- vluchtroute tegen branddoorslag moeten beschermen.

Dit aanvullende eisenpakket kan ertoe leiden dat voor lage kantoorgebouwen toch eisen van toepassing zijn, terwijl dat niet zo is voor de draagconstructie die in het verband staat met het bezwijken buiten het brandcompartiment. Of dit het geval is, hangt af van de vluchtafstanden, de indeling in brandcompartimenten en de afstand tot de perceelgrens.

In een relatief klein twee laags kantoorgebouw is het vaak mogelijk te vluchten vanuit elk punt binnen de vereiste afstand van 30 of 45 m, eventueel via noodtrappen. Dan zijn geen beschermde vluchtroutes in het gebouw vereist en is het gehele gebouw één subbrand- (en brand-) compartiment. In het kader van ontvluchting en compartimente ring geldt dan géén eis van 30 minuten. Bij grotere twee laags gebouwen is dat vaak wel het geval.

Conclusie: Naast andere bouwsoorten moet ook staal brand vertragend worden gemaakt om te voorkomen dat gebouwen instorten en zo meer mensenlevens gered kunnen worden. Meer weten? Neem dan hieronder contact met ons op!